Kenmerken

  • 23-Delige preparatenset
  • Hoge kwaliteit preparaten
  • Histologie mens en zoogdieren
  • Voor onderwijs
Modellen
Technische specificaties
Downloads

Prepared slides sets

MODEL Preparatenset voor Histologie mens Histologie zoogdieren Aantal preparaten Geleverd in  
PB.5211 onderwijs en educatie 23 plastic doos  
PB.5222 onderwijs en educatie 23 plastic doos  

Hoe worden cellen gekleurd en samples geprepareerd?

Celkleuringstechnieken en preparering hangen af van het type kleurmiddel en analysemethode. Eén of meer van de volgende procedures kunnen noodzakelijk zijn om een ​​monster te bereiden:
• Permeabilisatie - behandeling van cellen, meestal met een milde oppervlakte-actieve stof die celmembranen oplost zodat grotere kleurstofmoleculen in de cel kunnen treden

• Fixatie - dient om cel- of weefselmorfologie te "fixeren" of te behouden door het perpareringsproces. Dit proces kan diverse stappen bevatten, maar de meeste fixatieprocedures omvatten het toevoegen van een chemisch fixeermiddel dat chemische bindingen creëert tussen eiwitten om zo hun stevigheid te verhogen. Veel voorkomende fixeermiddelen zijn formaldehyde, ethanol, methanol, en/of picrinezuur

• Bevestiging - gaat om het bevestigen van monsters aan een objectglaasje voor observatie en analyse. Cellen kunnen rechtstreeks worden gekweekt op het glaasje of losse cellen kunnen worden aangebracht op een glaasje met behulp van steriele technieken. Dunne secties (plakjes) materiaal - zoals weefsel - kunnen ook worden aangebracht op een microscoopglaasje ter observatie

• Kleuren - de toepassing van kleurmiddel om cellen, weefsels, componenten of metabole processen van cellen te kleuren. Deze werkwijze kan het onderdompelen van het monster (voor of na het fixeren of bevestigen) in een kleurstofoplossing en vervolgens spoelen en het observeren van het monster onder een microscoop bevatten. Sommige kleurstoffen vereisen het gebruik van een etsmiddel, dat een chemische reactie aangaat met het kleurmiddel en zo een onoplosbaar gekleurd resultaat geeft. Het geëtste kleurmiddel zal op/in het monster achterblijven wanneer men de overtollige kleurstofoplossing wegspoelt

–––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––

PB.5221 Serie met 23 micropreparaten Histologie Mens & Zoogdieren Nr. I

–––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––

Deze set bevat:

HISTOLOGIE VAN MENS EN ZOOGDIEREN

SH.1001 Bindweefsel, losmazig, konijn
SH.1005 Hyalien kraakbeenweefsel, konijn, sectie
SH.1011 Beenweefsel mens, sectie
SH.1049 3 Spiertypen, skelet-, gladde- en hartspier van hond, l.s.
SH.1060 Pees, bindweefsel van hond, l.s.
SH.1070 Dekweefsel van mondslijmvlies, mens, geïsoleerde cellen
SH.1072 Huid mens met haarfollikel
SH.1078 Huid hond, dwars, verschillende lagen

Ademhalingssysteem, bloedsomloop, endocriene klieren

SH.1120 Luchtpijp konijn, c.s.
SH.1130 Slagader en ader konijn, c.s.
SH.1150 Bloeduitstrijk mens, Giemsa kleuring

Spijsverteringssysteem

SH.1210 Wand van maag, hond, sectie
SH.1230 Dunne darm, hond, c.s.
SH.1250 Lever varken, sectie

Uitscheidingssysteem en voortplanting stelsel

SH.1310 Nier met geïnjecteerde bloedvaten, konijn, sectie
SH.1330 Testis konijn, c.s.
SH.1340 Ovarium, eierstok konijn met ontwikkelde eitjes
SH.1376 Chromosomen in uitstrijk bloed, vrouw

Zenuwstelsel en zintuigen

SH.1410 Zenuw konijn, c.s. en l.s.
SH.1430 Grote hersenen hond, sec.
SH.1450 Ruggenmerg konijn, c.s.
SH.1470 Smaakpapillen van tong konijn, l.s.
SH.1490 Netvlies, retina van konijn, sectie

–––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––

Afkortingen
c.s. = dwarsdoorsnede
l.s. = lengtedoorsnede
w.m. = geheel preparaat

–––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––

–––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––

PB.5222 Serie met 23 micropreparaten histologie mens & zoogdieren Nr. II

–––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––

Deze set bevat:

Lichaamsbouw en bewegingssysteem

SH.1006 Elastisch kraakbeenweefsel, konijn
SH.1012 Beenweefsel van tand konijn, ontkalkt, sectie
SH.1040 Glad spierweefsel konijn, c.s. en l.s.
SH.1043 Hartspier hond, l.s.
SH.1045 Skeletspier, hond, ls. en c.s.
SH.1075 Huid mens met doorsnede zweetklier
SH.1080 Trilhaarepitheel luchtpijp van konijn

Ademhalingssysteem, bloedsomloop, endocriene klieren

SH.1110 Long konijn met geïnjecteerd bloedvaten c.s.
SH.1140 Pancreas van konijn, sectie
SH.1160 Lymfeknoop van konijn, sectie
SH.1170 Schildklier konijn, sectie
SH.1180 Bijnier konijn, sectie

Spijsverteringssysteem

SH.1220 Slokdarm (0esophagus) hond, c.s.
SH.1235 Dikke darm hond, c.s.
SH.1260 Galblaas hond. sectie.
SH.1280 Golgi apparaat in basale spinale ganglion, hond

Uitscheidingssysteem en voortplanting stelsel

SH.1315 Nier rat, sectie met schors en merg
SH.1360 Sperma, zaadcellen van mens
SH.1375 Chromosomen in uitstrijk bloed, man
SZ.1724 Chromosomen, fruitvliegje, drosophila, speekselklier, w.m.

Zenuwstelsel en zintuigen

SH.1415 Motorische zenuw van koniin met eindplaatje, wm.
SH.1420 Kleine hersenen hond, sectie
SH.1480 0ogbal konijn, sagittale sectie

–––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––

Afkortingen
c.s. = dwarsdoorsnede
l.s. = lengtedoorsnede
w.m. = geheel preparaat

–––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––